Toevoegen soorten binnen SDGL
#1
Als ik het me goed herinner is een tijd geleden als laatste de Tiliqua rugosa
als herbivore soort toegevoegd.
Mijn vraag hierover is: Wie beslist dit nu en wat houdt het voor deze soort dan in?

Ik ben gewoon nieuwsgierig op welke bronnen dit dan gebaseerd is, welk overleg hier dan aan voorafgaat en of zo'n soort d.m.v. donaties vanuit de stichting voor conservatiesprogramma's er dan ook beter van wordt.

Daarnaast wil ik dan ook even terugkomen op de Petrosaurus thalassinus. Deze soort valt onder de stichting als zijnde een herbivoor. Echter veel bronnen op het internet evenals ervaringen van diverse houders zetten deze soort toch als een echte omnivoor weg. Veld- en museumonderzoek van L. Lee Grismer heeft zelf aangetoond dat de maaginhoud en de uitwerpselen 50% dierlijk en 50% plantaardig materiaal bevatte.
Mijn eigen ervaring is eigenlijk precies hetzelfde. Ik heb ze nu een jaar en voer ze om de dag dierlijk voer. In het begin gaf ik ze alleen maar plantaardig voedsel, maar ze werden dan steeds magerder. Voor mij het teken dat ze inderdaad echte omnivoren zijn.
De petrosaurus vertoont ook veel meer de uiterlijke kenmerken en gedrag van een omnivoor dan van een pure herbivoor. Vaak zijn echte herbivoren wat formaat betreft relatief groot en vrij traag en log. De petro is allesbehalve beiden.

Nu zijn er natuurlijk veel soorten die af en toe wel eens insekt meepikken, maar onderzoek van bijvoorbeeld de Uromastyx en Chuckwalla heeft aangetoond dat dit maar sporadisch en vaak mogelijk per ongeluk gebeurd. Meestal ligt het percentage dierlijk voedsel maar tussen de 3-5%. In mijn ogen spreek je dan wel van echte herbivoren.
De Dipsosaurus dorsalis vind ik al een randgevalletje. Deze eet op jonge leeftijd een redelijk hoog percentage dierlijk voedsel. Echter valt dit percentage al snel heel wat terug tot onder de 10%. Mijn ervaring met deze soort leert me echter dat ze op een puur plantaardig dieet houden ook goed mogelijk is en niet tot vermagering of andere problemen leidt. Iets wat mij toch neigt te zeggen dat het een herbivoor is.

Nu wil ik met mijn verhaal niet de benoeming van de Petrosaurus als herbivoor aan de kaak stellen met als doel ze niet langer onder de stichting te laten vallen. Alles behalve dat. Ik ben alleen benieuwd waar dit destijds op gebaseerd is en of dit mogelijk op verouderde informatie betreffende deze soort is besloten te doen.
En waarom de Petrosaurus wel en bijvoorbeeld het geslacht Leiolepis niet onder het stichting valt. Immers dit geslacht staat toch ook bekend plantaardig voedsel te waarderen. Vooral bij de Leiolepsis Cuvier schijnt het een groot gedeelte van zijn menu te beslaan.
Chuckwalla,nabeulensis,halsbandleguaan
Reply
#2
Wat maakt een diertje 100% omnivoor? uit diverse onderzoeken en veelal ervaringen van mensen blijkt dat de Petrosaurus ongeveer op een inname zit van 70/30 %.
Bij veel dieren zie je een hogere hoeveelheid dierlijk voedsel inname in de eerste levensjaren waarna de geleidelijk aan meer richting plantaardig gaan, vooral bij zwarte leguanen is dit goed te zien.
Daarbij moeten we deze dieren bekijken in natuur situatie en niet in gevangenschap.
Veel groene leguanen bv nemen in gevangenschap vaker sprinkhanen/krekels tot zich dan in de natuur waar dit soms zelfs sporadisch of zelfs meer nieuwsgierigheid is.

Jouw gedachte dat herbivoren kwa formaat relatief groot zijn en vrij traag/log klopt niet, neem bv zwarte leguanen waarbij veel kleine soorten zitten.

Ik ben het wel helemaal met je eens als je zegt dat er bij sommige soorten grote twijfel bestaat of ze omnivoor danwel herbivoor zijn, ik zit met hetzelfde met de Hydrosaurus species.

groet,
Reply
#3
Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd, daar ontkom je niet aan als je naar de lichaamsbouw en gedragingen kijkt. Geen enkele soort is op specifieke kenmerken vast te pinnen.
Dat de ene groep meer uitzonderingen kent dan de meeste andere soorten is een logisch gevolg.

Ik ben het me je eens dat bij veel soorten het plantaardig gedeelte van het dieet naarmate ze ouder worden steeds groter wordt.
Ik ben ook van mening dat men juist naar de volgroeide fase van de soorten moet kijken, aangezien deze een veel langer stadium beslaat van hun leven.

Laten we de vraag betreffende omnivoor even omdraaien. Wat maakt volgens jou een soort eigenlijk herbivoor? Dat is uiteindelijk de vraag waar het om draait, aangezien de soorten die onder de stichting de vallen immers als herbivoor worden gezien.
In de Dikke van Dale staat als uitleg bij herbivoor "een plantenetend dier". Bij omnivoor staat "alleseter".
Je kunt dit natuurlijk langs vele wegen bekijken en uitleggen, maar aangezien een omnivoor als alleseter wordt beschreven zou dit automatisch betekenen dat een herbivoor puur en alleen planten eet.
Met een vrije interpretatie zou je hier dan nog van kunnen maken dat een herbivoor alleen planten eet en slechts een zeer gering gedeelte dierlijk voedsel tot zich neemt.
Percentages van 3-5% die gevonden zijn bij Uromastyx en Chuckwalla's zijn in mijn ogen nog uit te leggen als zijnde herbivoor. Zulke kleine percentages kunnen ook per ongeluk mee binnen gekomen zijn met het eten van plantaardig voedsel.

Percentages van de Petrosaurus liggen vele malen hoger. Verhoudingen die in de natuur gevonden zijn van 70/30 of 50/50 zijn alleen maar te verklaren door het feit dat de Petrosaurus actief op insekten jaagt. Zulke hoge percentages zijn niet te verklaren door per ongeluk binnen krijgen van insekten met het eten van plantaardig voedsel. In mijn ogen is de Petrosaurus dus veel meer een omnivoor dan een herbivoor. Maar dat is mijn mening en zo kijk ik er tegen aan.

Maar uiteindelijk gaat het mij er niet om , om de Petrosaurus uit de stichting te weren. Integendeel zelfs. Mijn vraag was eigenlijk waaraan moet een soort voldoen om door de stichting als herbivoor gezien te worden.
Welk gedrag moet hij in de natuur vertonen? Uit welk percentage moet het plantaardige gedeelte van zijn dieet bestaan? Aan welke kenmerken moet deze soort dan voldoen?

Ik kan me toch niet voorstellen dat een soort zo maar ineens als herbivoor wordt bestempeld. Daar moeten toch richtlijnen of een draaiboek voor zijn? Dat wordt toch in overleg met bepaalde instanties/doelgroepen of deskundigen bepaald?

Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd, daar ontkom je niet aan als je naar de lichaamsbouw en gedragingen kijkt. Geen enkele soort is op specifieke kenmerken vast te pinnen.
Dat de ene groep meer uitzonderingen kent dan de meeste andere soorten is een logisch gevolg.

Ik ben het me je eens dat bij veel soorten het plantaardig gedeelte van het dieet naarmate ze ouder worden steeds groter wordt.
Ik ben ook van mening dat men juist naar de volgroeide fase van de soorten moet kijken, aangezien deze een veel langer stadium beslaat van hun leven.

Laten we de vraag betreffende omnivoor even omdraaien. Wat maakt volgens jou een soort eigenlijk herbivoor? Dat is uiteindelijk de vraag waar het om draait, aangezien de soorten die onder de stichting de vallen immers als herbivoor worden gezien.
In de Dikke van Dale staat als uitleg bij herbivoor "een plantenetend dier". Bij omnivoor staat "alleseter".
Je kunt dit natuurlijk langs vele wegen bekijken en uitleggen, maar aangezien een omnivoor als alleseter wordt beschreven zou dit automatisch betekenen dat een herbivoor puur en alleen planten eet.
Met een vrije interpretatie zou je hier dan nog van kunnen maken dat een herbivoor alleen planten eet en slechts een zeer gering gedeelte dierlijk voedsel tot zich neemt.
Percentages van 3-5% die gevonden zijn bij Uromastyx en Chuckwalla's zijn in mijn ogen nog uit te leggen als zijnde herbivoor. Zulke kleine percentages kunnen ook per ongeluk mee binnen gekomen zijn met het eten van plantaardig voedsel.

Percentages van de Petrosaurus liggen vele malen hoger. Verhoudingen die in de natuur gevonden zijn van 70/30 of 50/50 zijn alleen maar te verklaren door het feit dat de Petrosaurus actief op insekten jaagt. Zulke hoge percentages zijn niet te verklaren door per ongeluk binnen krijgen van insekten met het eten van plantaardig voedsel. In mijn ogen is de Petrosaurus dus veel meer een omnivoor dan een herbivoor. Maar dat is mijn mening en zo kijk ik er tegen aan.

Maar uiteindelijk gaat het mij er niet om , om de Petrosaurus uit de stichting te weren. Integendeel zelfs. Mijn vraag was eigenlijk waaraan moet een soort voldoen om door de stichting als herbivoor gezien te worden.
Welk gedrag moet hij in de natuur vertonen? Uit welk percentage moet het plantaardige gedeelte van zijn dieet bestaan? Aan welke kenmerken moet deze soort dan voldoen?

Ik kan me toch niet voorstellen dat een soort zo maar ineens als herbivoor wordt bestempeld. Daar moeten toch richtlijnen of een draaiboek voor zijn? Dat wordt toch in overleg met bepaalde instanties/doelgroepen of deskundigen bepaald?
Chuckwalla,nabeulensis,halsbandleguaan
Reply
#4
Ivm drukte en voorbereidingen voor het weekend, reageer ik hier op een later moment even op.
Reply
#5
Dat snap ik Yoni. Misschien dat we deze discussie in Tilburg kunnen voortzetten.
Maar zou misschien ook een goede optie zijn om dan alsnog mijn vragen op het forum te beantwoorden.
Denk dat er wel meer mensen willen weten waarop het benoemen van een soort tot herbivoor is gebaseerd en wat dit vanuit de stichting specifiek voor de soort betekent.

Gewoon een beetje transparantie in jullie besluitvorming, zou je het kunnen noemen.
Chuckwalla,nabeulensis,halsbandleguaan
Reply
#6
Allereerst wil ik even het begrip herbivoor bespreken. Ik denk dat het niet zo zwart/wit gezien moet worden of een soort dan wel 100% of bijvoorbeeld 60% plantaardig voedsel tot zich neemt. Het belangrijkste is, is dat de stichting een platform bied, waarbij hobbyisten elkaars ervaringen kunnen delen en waar een ieder aan informatie kan komen over overwegend herbivore hagedissen.
Want dat is wat ons allen bind, de voorliefde voor soorten die plantaardig eten.
Dat er soorten zijn, zoals bijvoorbeeld de Petrosaurus en de Fiji, die naar verhouding ook een aanzienlijk aandeel insecten tot zich nemen, wil niet zeggen, dat deze soorten niet onderdeel kunnen zijn van de doelgroep.
Daarnaast zijn bijvoorbeeld de Galápagos land- en zeeleguanen ook herbivoor, deze vallen in principe onder de doelgroep, maar aangezien deze dieren in gevangenschap (gelukkig) niet gehouden mogen worden, zijn deze minder in de picture. Er zal naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst onder conservatie wel het een en ander over gepubliceerd worden.

Verder kunnen problemen met de ene soort, weer van toepassing zijn op een andere soort binnen het herbivore gebied.
Dat hebben we kunnen zien en horen tijdens de lezing van Tom Hellebuyck bijvoorbeeld. Naast sauromalussen, blijken ook uromastyxen en zelfs groene leguanen last te kunnen krijgen van de Devrieseasus bacterie.
Daarnaast kan bijvoorbeeld de techniek die gebruikt wordt in terraria, voor veel soorten hetzelfde zijn. Vrijwel alle soorten binnen de doelgroep hebben een hoge UV behoefte. Het is dus fijn als de hobbyist zijn ervaringen hierover kan delen en anderen dit weer kunnen gebruiken als informatiebron. Daarbij is bijvoorbeeld jouw onderzoek naar de UV-spaarlampen erg waardevol.

Ik hoop hiermee enigszins vragen van je beantwoord te hebben, als er nog iets onduidelijk is, hoor ik het graag.
Reply
#7
Voor de duidelijkheid, het is altijd mogelijk om een soort aan te dragen, er zal dan gekeken worden samen met degene die hem aandraagt, eventueel andere hobbyisten die ervaring hebben met deze soort en het bestuur, of het zinvol is om de soort toe te voegen aan de doelgroep. Belangrijk is dus, dat er een goede informatiebron aanwezig is.
Reply
#8
misschien kan Evert/Rene kijken wat destijds de redenen waren om Petrosaurus toe te voegen aan de Doelgroep aangezien dit zelfs nog voor mijn tijd geweest is.

@ Yoni, misschien eens kijken naar Hydrosaurus?
Reply
#9
Misschien dat er dan ook eens gelijk naar de Grote Vlinderagaam (Leiolepis guttata) gekeken kan worden.

Deze familie behoorde lang tot hetzelfde geslacht omwille de gelijkenis in genetica als de Uromastyx, maar is uiteindelijk apart ingedeeld.
Leiolepis staan erom bekend naast insecten ook plantendelen en fruit te eten.
De grootste soort , Leiolepis guttata, staat zelfs bekend alszijnde de grootste herbivoor binnen deze familie.
In Zuid-Vietnam wordt deze soort gekweekt voor de voedselindustrie en dat wordt gedaan met een dieet dat vrijwel alleen bestaat uit pompoen, zaden en groenten.
Chuckwalla,nabeulensis,halsbandleguaan
Reply
#10
@chills, Ken je iemand die deze soort houdt?

@leroy, hydro wordt inderdaad al langer over gepraat, maar het ontbreekt nog aan de juiste informatiebron.
Reply


Forum Jump:


Users browsing this thread: 1 Guest(s)