Belangrijk: Wet dieren Aanpassing dieren die gehouden mogen worden
#1
Ik vind dit nog wel belangrijk om te laten weten, bron:
http://www.gifkikkerportaal.nl/Forum/tab...fault.aspx

De discussie over Positief- en Negatieflijsten loopt al tientallen jaren. Met de komst van de nieuwe Wet dieren kwam die in een stroomversnelling. De overheid treft de voorbereidingen om per 1 januari 2013 een Positieflijst voor zoogdieren van kracht te laten worden. Daarna mogen de meeste zoogdiersoorten niet meer worden gehouden.

Afgelopen week nam de Tweede Kamer een motie aan waarin aan de staatssecretaris wordt gevraagd om zo snel mogelijk tot Positieflijsten voor de overige diersoorten te komen (zie bijlage). Dat betekent dat straks ook 90 procent of meer van de soorten van die diergroepen niet meer mag worden gehouden. Met de huidige aanpak van het ministerie wordt een politiek doel gediend zonder dat er enige bijdrage wordt geleverd aan het welzijn van de diersoorten die wèl nog mogen worden gehouden.

De Projectgroep Positieflijsten van het PVH heeft verzet aangetekend tegen de huidige aanpak van de overheid. Vrijwel alle organisaties in de sector vinden dierenwelzijn belangrijk, ze willen zich waar mogelijk daarvoor inzetten. Het is dan ook absoluut onverteerbaar dat nu vanuit de politiek de indruk wordt gewekt dat de sector gezelschapsdieren zich schuldig zou maken aan grootschalige aantasting van dierenwelzijn en dat daarom het houden van de meeste soorten moet worden verboden.

Het is van belang dat alle organisaties hun achterban informeren en hun leden wijzen op de acties die tot nu toe werden aangezet. Elke gezelschapsdierenhouder is een kiezer,velen van hen hebben contacten met politieke partijen. Het wordt tijd dat ze hun stem laten horen en opkomen voor hun liefhebberij. Als ze dat nu niet doen,worden hun belangen verkwanseld door politici die geen enkel idee hebben wat voor inspanningen de doorsnee liefhebber zich getroost om het welzijn van zijn dieren veilig te stellen.

Een uitvoeriger uitleg over dit thema is te vinden op de website www.huisdieren.nu onder het hoofdstuk 'Wet- en regelgeving". Alle documenten die hierop betrekking hebben zijnopgenomen in de "documentenlijst". Met name onze laatste reactie naar staatssecretaris Bleker (10 juli 2012) geeft een goed beeld van wat er aan het gebeuren is. Ik stuur jullie die mail, die PVH namens de sector heeft verzonden (met de daarbij de brief en de bijlagen) zonder verdere toelichtende tekst.

Groet,
ir. Ed.J.Gubbels
secretaris PVH www.huisdieren.nu

Documenten van de documenten vind je op het gifkikkerforum (link van bron)
15
Reply
#2
De Stichting Doelgroep zetelt al sinds jaar en dag in de werkgroep Reptielen en Amfibieën van het Platform Verantwoord Huisdierbezit (PVH). Het PVH is een organisatie, die enerzijds huisdierbezitters wil helpen een zo goed mogelijke invulling te geven aan de verantwoordelijkheid voor hun dieren, die anderzijds samen met en namens de organisaties in de sector de belangen van huisdierbezitters wil behartigen. Het PVH komt is onder andere actief aangaande beleidsdiscussies met de overheid. Positieflijsten is onder andere een langlopend onderwerp wat onlangs door een aangenomen motie van de PVDD in een stroomversnelling is terecht gekomen.

Het is veel leeswerk maar om een duidelijk beeld te verkrijgen wat er speelt geeft de volgende link je alle informatie en documenten
Reply
#3
Het komt erop neer dat ze controle willen hebben en zo min mogelijk huisdieren. Met deze regelingen word zo'n positievelijst beperkt door de geaccepteerde hond kat cavia konijn huisdieren. Zeker reptielen zijn taboe, en is er weinig ondersteuning of kennis in deze kringen. En daar moet een lijst voor opgesteld worden?

Er zijn mensen die kloten in de hobby, zowel als hondenkennels als reptielenhouders. Die verprutsen het voor de mensen die wél goed voor hun huisdier verzorgen. Maar om even een voorbeeld te geven, mezelf ik heb voornamelijk gifslangen en ken er meerdere houders die er jaren waaronder ikzelf er goed voor zorgen en nooit geen problemen gehad. Toch word het gezien als potentieel gevaarlijk, maar feitelijk gezien in de papieren gebeurt er iedere WEEK een ERNSTIG ongeluk waardoor iemand in het ziekenhuis beland door een beet van een hond of kat o.i.d, de geaccepteerde huisdier. En dan praat ik nog niet over Paarden en vee die ook erg hoog staan van ongelukken.

Daarnaast qua slangen;
De laatste vrouw wat overleden is door een slangenbeet was door een nederlandse adder in 1946, in de afgelopen ±15 jaar zijn er slechts 30 mensen gebeten door exotische slangen zonder overlijden van de houder of zelfs zo ver ik weet serum in toepassing is geweest.
Maar ik kan vantevoren vertellen dat deze soorten niet in de positieve lijst komt, en dus een uitsterfbeleid in toepassing treed.

Betere oplossing is gewoon alles laten zoals het was, maar een registratieplicht. De persoon een nummer geven, die heeft 2 katten, 3 leguanen en 2 slangen en 4 agamen / hagedissen op zijn naam staan. Alles moet geregistreerd zijn wat ouder is dan een jaar, ontsnapt er iets dan is die persoon verantwoordelijk en kunnen de instanties dat makkelijk opzoeken.
Het is een voorbeeld, maar er zijn genoeg andere oplossingen die veel vriendelijk zijn dan; Dat wel en, dat niet en de overheid bepaald wat wel en niet mag. Leuk voor de PVDD als ze die lijst (mee)mogen opstellen want die zien het liefst geen huisdieren voor de particulieren.

Dat er een beetje controle moet komen ben ik een deel mee eens, maarja we HADDEN dierenpolitie maar dat is door de bezuinigingen opgeheven.
In die zin, sta ik geheel negatief over de lijst die al in 2004 ooit besproken maar iedere keer werd afgewezen.

Als er zo'n lijst komt vind ik het wel zo eerlijk om een positieflijst voor het kabinet en ambtenaren in acht te nemen, en alleen bevolking bepaald wie erop komt :ag:
Komt exact op hetzelfde neer

15
Reply
#4
Zo is het dus ook belangrijk dat wij als stichting zijnde onze conservatie projecten aan het licht brengen. Dit is niet alleen positieve informatie over hoe wij omgaan met de dieren in het wild maar ook van belang in onze eigen hobby. Door aan te kunnen tonen dat wij als stichting zowel dieren in het wild als in gevangenschap helpen geeft dat weer meer positieve berichten. het zou zonde zijn als we over een paar jaar moeten stoppen met de hobby of de verkoop van de dieren bijvoorbeeld. Wat zou er in het ergste geval allemaal kunnen gebeuren? Moet ik dan denken aan een verbod op de verkopen van Reptielen en Amfibieën, of kan het zelfs nog erger zijn?

Als je ziet hoeveel mensen er hier op SDGL komen en zo veel tijd, geld, moeite enz. doen om de hobby op een zo goed mogelijke manier te houden, dan zou je haast denken dat het onmogelijk kan zijn dat ze dingen gaan aanpassen in de wet. Niet alleen hier zijn we goed bezig maar bij meerdere hobby's is dat zo. Ook heb je in iedere hobby rotte appels zitten en dit wordt altijd sneller aan het licht gebracht dan goeie berichten. Het is dus voor ons als stichting ook noodzakelijk dat we donateurs krijgen en behouden om de conservatieprojecten te kunnen afronden/behouden of opnieuw kunnen opzetten. Zelf denk ik dat de donateurs soms even vergeten dat ze echt een grote invloed hebben op het welzijn van velen dieren in het wild en gevangenschap. Dit is dan ook een dikke duim waard. Toch blijft het lastig om de ministers te kunnen overtuigen dat velen hobby's op Reptielen en Amfibieën gebied ook positieven kanten heeft en dat mensen goed en serieus bezig zijn met de hobby en de dieren.




Met vriendelijke groet,

Brian
Redactie Iguana Varia

Heb jij een leuke tekst, foto of wil jij een verhaal vertellen over onze geweldige hobby mail dan naar redactie@sdgl.org
Reply
#5
Dierenwelzijn en de wereld van Walt Disney
De maatschappij en de politiek voelen zich steeds meer (mede)verantwoordelijk voor het
welzijn van gehouden dieren. Dat is goed, kritische volgers en meedenkers zijn belangrijk. Ze
helpen de sector gezelschapsdieren om steeds weer alert te blijven daar waar, zoals in elke
sector, ‘bedrijfsblindheid’ een reëel risico vormt.
Door de anti-dierhouderij-lobby wordt echter een beeld neergezet alsof het houden van
dieren een vorm van chronische dierkwellerij zou zijn. Elk voorbeeld van waar het mis gaat,
wordt in de pers breed uitgemeten als één van de vele voorbeelden van de systematische
dierenmishandeling door dierenliefhebbers. Men probeert de indruk te wekken dit soort
situaties de dagelijkse praktijk van de dierhouderij zijn.
We moeten daar duidelijk over zijn, ja, het gaat niet altijd goed. En ook, ja, er blijven altijd
punten die beter kunnen. Maar, nee, dierhouders zijn geen asociale en gevoelloze mensen
die hun dieren mishandelen en ze willens en wetens leed aandoen. De overgrote
meerderheid van de vele honderdduizenden houders van gezelschapsdieren in Nederland wil
het allerbeste voor zijn dieren. De dierhouders en hun organisaties zijn zich zeer bewust van
hun verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn. Ze doen er alles aan om daar invulling aan te
geven.
Het summum van dierenwelzijn
In de publieke opinie is dankzij de anti-dierhouderij-lobby het beeld ontstaan dat er voor een
dier geen groter welzijn en levensgeluk kan worden bereikt, dan met een leven in de vrije
natuur. Het is het Walt-Disney-beeld van in bloemenweiden dartelende bambi’s, omgeven
door fladderende kleurige vlinders. Dat beeld wordt gekoesterd door iedereen die, om wat
voor reden dan ook, er tegen is dat mensen dieren in een begrensde en beschermde
omgeving houden. Het ontgaat de burger dat deze dierenwelzijnswerkers vooral met zichzelf
bezig zijn en dat de welzijnsbelangen van dieren daarin nauwelijks een rol spelen. Die
worden alleen maar ingekleurd gebruikt om de argeloze burger te overtuigen van hun
politieke gelijk.
Uiteraard heeft elke mens het volledige recht op een eigen mening, visie, levensovertuiging
of hoe hij dit ook wil benoemen. Iedereen mag overal vóór zijn, of juist helemaal tégen.
Zodra echter de belangen van anderen en, zoals hier, de belangen van dieren in het geding
zijn, zou een eerlijke en oprechte afweging niet misplaatst zijn. Het kan niet waar zijn dat
het doel de middelen heiligt.
De anti-dierhouderij-lobby hun politieke vertegenwoordigers schetsen een beeld van de
houderij van gezelschapsdieren waarmee de waarheid ernstig geweld wordt aangedaan.
Daarmee worden niet alleen mensen geschaad, er komen ook belangen van dieren in de
knel.
Wie meent dat de maatvoering voor welzijn in de dierhouderij aan het welzijn in de natuur
moet worden ontleend, zou zich er eens in moeten verdiepen hoe dat zo bejubelde
natuurleven zich in werkelijkheid voltrekt. Het gaat er ietsje anders aan toe dan in de wereld
van Mickey Mouse en Donald Duck.

Natuurlijke selectie
Het vereenvoudigde beeld van de evolutie en natuurlijke selectie is dat de natuur ‘zich
aanpast’, de soorten passen zich in de opeenvolgende generaties aan, aan de wijzigende
omstandigheden waarin ze moeten leven. Strikt genomen klopt dit, de soorten passen zich
aan. Maar wat velen niet beseffen, de individuen betalen daarvoor de prijs.
Elke nieuwe generatie die wordt geboren, bestaat uit dieren met heel verschillende erfelijke
kwaliteiten. Sommige zijn uitstekend aangepast aan de beschikbare leefomstandigheden,
andere gaan ten onder bij de eerste de beste voedselschaarste of bij de eerste voorbij
komende infectieziekte of predator. En daarna bestaat elke volgende generatie weer uit het
hele scala, variërend van ‘super-aangepast’ tot ‘absoluut niet-aangepast’.
Wat al die dieren met elkaar gemeen hebben is dat ze elke dag opnieuw weer hun ‘struggle
for life’ moeten doormaken. Ze zullen elke dag opnieuw weer al de bedreigingen van het
leven de baas moeten blijven. En als dat dan lukt totdat ze de geslachtsrijpe leeftijd hebben
bereikt, dan dragen ze misschien wel bij aan de genenpool van de volgende generatie. En
zelfs dat is niet zeker, ook ‘voortplanting’ is in de natuur een activiteit van stress (vaak van
lijden) met levensbedreigende risico’s.
Voor letterlijk elk dier is ‘het leven in de natuur’ een leven van ‘elke dag weer overleven’. Het
door mensen bedachte begrip ‘welzijn’ speelt daarbij geen enkele rol. Aan vier van de vijf
door mensen bedachte ‘vrijheden van Brambell’ wordt met grote regelmaat niet voldaan. Het
dier in de natuur heeft regelmatig stress en vaak lijdt het. En natuurlijk, zo af en toe is daar
die grazige bloemenweide, waar kan worden gedarteld. Maar die wordt al snel gedeeld met
predatoren, die hebben geleerd dat daar wat minder oppassende prooidieren vrolijk dartelen.
Vrijwel alle dieren in de natuur vinden hun einde lang voordat het biologische eindpunt van
hun leven is bereikt. En steeds weer op dezelfde wijze, als voedsel voor een predator of op
een beschut plekje verpieterend tengevolge van een fataal tekort aan weerstand tegen het
leven. Misschien omdat ze niet de meest-aangepaste genen van hun ouders meekregen,
misschien wel, omdat ze gewoon ‘pech’ hadden.

Het conflict tussen de soort en het individu
De soort ‘past zich aan’. We zouden eigenlijk moeten zeggen dat de genenpool van de soort
de veranderingen in de leefomgeving volgt. Dat doet die genenpool door elke generatie
opnieuw, volgens de wetten van het toeval, nieuwe individuen te maken. Die individuen
krijgen toevallige combinaties van de genen waarover hun ouders beschikken. Ze werden
niet ‘ontworpen’ om heel precies te passen in de leefomgeving waarin ze werden geboren.
Pas achteraf blijkt welke dieren over voldoende fitness beschikten om bij te dragen aan de
genenpool van de volgende generatie.
En terwijl de soort (de genenpool van de soort) in de loop van de tijd de telkens weer
wijzigende milieu-omstandigheden volgt, zijn de individuen daar alleen maar het slachtoffer
van. Het zijn ‘probeersels’ van de natuur. Zij zullen de erfelijke kwaliteiten (en ook een
beetje geluk) moeten hebben om alle bedreigingen van het leven aan te kunnen. Het gaat
om ziekten en predatoren, om voedseltekorten en extreme klimatologische omstandigheden,
om het vinden van schuilplaatsen en het vinden van partners. En dan nog, met of zonder
bijdrage aan de genenpool, vroeg of laat verliezen zij de strijd en gaan ze lijdend ten onder.
Voor zover ze het inderdaad tot en met de voortplanting redden, dragen ze bij aan de
genenpool van de volgende generatie. Redden ze dat niet, dan waren het ‘mislukte’
probeersels. En mocht geen enkel individu het tot voortplanting redden, dan sterft de soort
uit. Voor de individuele dieren maakt dat niet uit, zij leven hun ‘struggle for life’, ongeacht
wat er van de soort terecht komt.
Wij mensen, wij zijn gericht op individuen. Wij hechten waarde aan onszelf en aan anderen.
Wij kennen eenzelfde waarde toe aan de als individu herkenbare dieren om ons heen. Ons
ontbreekt het besef dat wij allen slechts meer of minder geslaagde probeersels zijn van een
natuur, die uiteindelijk zal vaststellen of we als diersoort zullen voorbestaan.

Dierenwelzijn, onze verantwoordelijkheid
Mensen hebben het begrip ‘welzijn’ bedacht. Daarin zitten elementen als ‘niets tekort komen’
en ‘geen stress ervaren’. Wij vinden dat niet alleen mensen daar recht op hebben, dat recht
geldt ook voor de dieren waar we ons verantwoordelijk voor voelen. Het is onze
verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de dieren die wij in een beschermd milieu
houden, geen gebrek aan welzijn hoeven te ervaren. De vraag is, wat dat dan concreet
betekent voor onze verplichtingen jegens die dieren.
Dieren hebben erfelijk verankerde gedragspatronen. Het gaat om gedragsuitingen die in hun
genen zijn vastgelegd. Als ze daarin worden belemmerd, raken ze gefrustreerd, ontstaat er
stress, dan wordt hun welzijn aangetast. We zullen er in ieder geval voor moeten zorgen, dat
aan alle erfelijke behoeften van de dieren tegemoet wordt gekomen. Het gaat daarbij om
zaken als gevoel van veiligheid, genoeg bewegingsruimte en voldoende afleiding.
Dieren hebben ook een zekere ‘cultuur’. Ze maken gebruik van toevallig voorkomende
situaties in hun leefmilieu en ontwikkelen gedragingen die onder de gegeven
omstandigheden voordelig zijn. Die gedragingen imiteren ze van elkaar en leren ze van hun
ouders. Het zijn gedragingen die in het betreffende milieu ‘altijd’ of ‘vaak’ worden
waargenomen. Wanneer we dieren vanuit het ene naar het andere milieu verplaatsen gaan
deze culturele gedragingen verloren zonder dat dit leidt tot gebrek aan welzijn (tot
frustraties en stress).
Zo weten we bijvoorbeeld dat de Japanse Makaak warmwaterbaden neemt om warm te
blijven gedurende de strenge winters in zijn natuurlijke leefmilieu. Brengen we ze in een
houderijsituatie, dan zullen ze niet gefrustreerd op zoek gaan naar hun jacuzzi. Het gaat om
gedrag dat voordelig was in hun oorspronkelijke leefgebied. Het wordt doorgegeven in hun
cultuur, niet in hun genen.
Het is onze morele plicht om voortdurend alert te blijven op mogelijke tekortkomingen bij
dieren die wij als gezelschapsdier houden. Daarbij is het reactiepatroon van het gehouden
dier leidend, het gedrag in de natuur kan daarbij belangrijke aanwijzingen geven. Het getuigt
van een wat al te simplistisch denkwerk om alle gedragsuitingen die we in de natuur
waarnemen tot norm en voorwaarde te benoemen voor de leef-omstandigheden van
gehouden dieren.

Recht doen aan dieren
Wie oprecht begaan is met dierenwelzijn zal uitgaan van de vastgestelde belangen en van de
waargenomen reactie-patronen van het dier. Natuurlijk, het blijft zoeken van goed naar
beter. Juist omdat het dier niet communiceert, juist omdat we allerlei uitingen van het dier
alleen maar kunnen ‘interpreteren’, zullen we altijd weer punten bereiken waarop we
vaststellen dat we het beter hadden kunnen doen. En daarna doen we het beter.

Er wordt over het houden van huisdieren (gezelschapsdieren) erg veel gezegd en
geschreven. Er zijn belangen van ‘de individuele mens’ mee gemoeid. Dieren geven
gezelschap (geluk, welzijn), ze brengen ons in contact met de levende wereld (educatie),
dieren geven kleur, geluid, verwondering, fascinatie, ze leren ons en onze kinderen
verantwoordelijkheid en respect voor ‘het leven’ en ze brengen ons in contact met anderen
(sociale functie).
Daarnaast zijn er ook belangen van ‘alle mensen’. Terwijl we druk doende zijn het ene na
het andere leefmilieu te vernietigen met onze economische vooruitgang, komen er steeds
meer diersoorten op de rand van uitsterven. Duizenden particuliere liefhebbers hebben de
kennis opgebouwd om veel van die soorten te kweken. Ze slagen er steeds beter in ervoor te
zorgen dat er back-up populaties zijn (‘captive conservation’) waarmee eventueel later de
herstelde en beschermde leefgebieden opnieuw kunnen worden bevolkt. Er lopen al veel van
dit soort projecten en ze zullen in de toekomst steeds belangrijker worden.
Dan blijven natuurlijk nog de belangen waar het hier om gaat, die van het individuele dier.
Het leven in een beschermd milieu biedt voor het dier aantoonbaar en onmiskenbaar grote
voordelen boven het leven in de natuur. Op al die punten waar dieren in de natuur elke dag
opnieuw weer worden bedreigd met lijden en met de dood, zorgt de dierhouder voor
‘veiligheid en welzijn’. Het spreekt boekdelen dat de meeste dieren in de natuur omkomen
voordat ze aan hun eerste voortplantingscyclus toe zijn (en de overige niet lang daarna),
terwijl we er in de houderijsituatie steeds beter in slagen om dieren het biologische eindpunt
van hun leven te laten bereiken.
Recht doen aan dieren begint bij de belangen van dieren. Het begint met respect voor
dieren, waarnemen aan dieren, kennis verzamelen en consequenties daaraan verbinden. Het
dier staat centraal. Niet de mens die met een naïeve Walt-Disney-interpretatie het leven in
de natuur verheerlijkt om daarmee de dierhouderij te verdoemen.
Zo’n leven in de natuur, je zou het geen mens willen aandoen, laat staan een dier.

ir. Ed.J.Gubbels, populatiegeneticus,
Projectgroep Positieflijsten PVH,
september 2012.
15
Reply


Forum Jump:


Users browsing this thread: 1 Guest(s)