Uromastyx acanthinura

Uromastyx acanthinura

Gemeenschappelijke namen:

Nederlands: Noord Afrikaanse doornstaartagaam
Engels: Bell’s dabb lizard

Verspreidingsgebied:

De oostelijke grens voor deze soort vind je in Noordwestelijk Libië.
De westelijke grens ligt halverwege Algerije.
Het tussen deze twee landen liggende Tunesië wordt ook door deze soort bewoond.

Algemene informatie:

Uromastyx acanthinura wordt tot 40,3 cm lang.
Tekening en kleur is bij deze soort niet erg variabel. Er zijn slechts zwarte en lichtbeige tot zilvergrijze exemplaren bekend.
De kleuren zijn geslachtsgebonden. De mannen zijn zwart met gele of witte stipjes. De vrouwen zijn lichtbeige tot zilvergrijs met donkere stipjes.
Pré-anaal en femoraal-poriën : aan beide zijden 10-16 stuks.
Rondom het midden van het lichaam tussen 146 en 195 gladde schubben.
Tussen de keelplooi en de liesplooi: 74 tot 96 schubbenrijen.
Op de buitenkant van de achterpoten vind je sterk vergrote schubben
De staart bestaat uit 16 tot 20 met stekels bezette wervels.
Aan de voorkant van de gehooropening liggen vergrote schubben.

In de maanden oktober t/m februari houden ze een soort winterrust.
Indien de het weer in deze periode gunstig is vind je ze ook wel buiten hun holen.
Bij hoge temperaturen kan de Noord Afrikaanse doornstaartagame ook wel het hele jaar door aktief zijn.

Het leefgebied voor deze soort wordt gevormd door de woestijnachtige en halfwoestijnachtige gebieden binnen haar verspreidingsgebied.
Vooral stenige, plantenarme steppen worden bewoond en eveneens bergachtige gebieden.
In het grootste deel van het verspreidingsgebied van de Noord Afrikaanse doornstaartagame heerst een half-woestijn- of woestijnklimaat zonder strenge winters, maar met af en toe vorstperiodes.
Maximale temperatuur, gemeten in de door Uromastyx acanthinura bewoonde holen is 35°C.
Minimale temperatuur aldaar was 15°C.

In de natuur voeden Noordafrikaanse doornstaartagamen zich vooral met planten van de Grassen-familie, de Schermbloemigen-familie en de Composieten-familie. Uit onderzoek bleek dat er wel 70 verschillende planten gegeten worden. Ook worden wel kevers en treksprinkhanen gegeten. Ook worden er meestal steentjes en zand in de ontlasting aangetroffen.

Juni en juli zijn de maanden waarin de Noord Afrikaanse doornstaartagame haar eieren legt in het wild.
In de tweede helft van juli worden geen drachtige vrouwtjes meer gezien.
In september worden de jongen geboren.
Gemiddeld zijn de eieren zo´n 5 gram zwaar en 3,5 x 2,0 cm groot.
In het wild worden ze in hun vierde of vijfde levensjaar geslachtsrijp.