Brachylophus bulabula

Brachylophus bulabula vrouw © Remco Jacobs

Gemeenschappelijke namen:

Nederlands: Gebandeerde Fiji-leguaan, Gebandeerde Fuji-leguaan
Engels: Fiji banded Iguana, Central Fijian banded Iguana

Verspreidingsgebied:

Inheems: Fiji
Geïntroduceerd: Vanuatu

Algemene informatie:

Tot 2008 werden de soorten bulabula en fasciatus tot dezelfde soort gerekend. Maar na een onderzoek door een team, geleid door een onderzoeker van de Australian National University in 2008 heeft bulabula zich onderscheiden als aparte soort.

De wetenschappelijke naam Brachylophus komt van de twee Griekse woorden: brachys, wat “kort” betekend en lophos, wat “kam” betekent. Bulabula betekent tweemaal “hallo” in Fiji.

In het wild planten deze dieren zich voort vanaf een leeftijd van 4 jaar. De gemiddelde leeftijd die ze halen in het wild zit rond de 10-15 jaar. In gevangenschap kunnen ze zich voortplanten vanaf een jaar of 3 en de gemiddelde levensverwachting ligt rond de 25 jaar.

threat-categories-EN

Bedreigd (2012) Bron: IUCN red-list

Deze hagedis is een kleine leguaan met een maximale SVL* van 19 cm.
De staart beslaat bijna tweederde van de totale lengte.

* Snout vent length (gemeten van af de punt van de snuit tot de cloaca)

Morfologische gegevens van recente onderzoeken suggereren dat de soort Brachylophus bulabula mogelijk 2 ondersoorten bevat. Er zal echter meer onderzoek gedaan moeten worden voordat deze ondersoorten erkend kunnen worden.

De dieren leven in zowel natte als droge bossen, maar de natte bossen bevatten meer plantensoorten die de voorkeur genieten. Incidenteel worden ze ook wel gevonden in grens-habitats van niet-inheemse plantensoorten, inheemse hibiscus en aangetaste bossen rondom resorts. Wel bevinden ze zich altijd in gebieden waar de bomen minstens 6 meter hoog zijn.

terrarium formaat

Eigengemaakt terrarium van betonplex © Remco Jacobs

Fiji-leguanen kun je alleen, als koppel of eventueel als trio (één man met twee vrouwen) in een terrarium plaatsen.
Maar het is van groot belang dat je goed naar het karakter van de dieren kijkt als je dieren bij elkaar wilt plaatsen. Het gaat niet altijd goed, dus je moet er altijd voor zorgen dat je bij meerdere dieren ook meerdere terraria ter beschikking hebt.

De afmetingen van het ideale terrarium voor de huisvesting van één dier zijn gemiddeld 200 cm hoog, 100 cm breed en 100 cm diep. In het terrarium kun als bodembedekking het beste cocopeat gemengd met speelzand gebruiken. Qua planten kun je verschillende echte planten gebruiken en vooral veel van de Epipremnum aureum, deze eten ze maar al te graag en daarom is het geen luxe om er veel van in het terrarium te hebben staan. Let erop dat je de planten die je in een tuincentrum koopt goed afspoelt, omdat deze meestal met groeistoffen bespoten zijn. Verder kun je klimmogelijkheden creëren d.m.v. lianen en kurkstammen.

Gebruik als verlichting een lamp met voldoende UV en warmte zodat je een variatie in temperatuur krijgt van ongeveer 20°C op de koudste plekken tot ongeveer 32°C op de warmste plekken. Op deze manier kunnen de dieren zich voldoende opwarmen.
In de winter is de temperatuur gemiddeld 3°C lager.

De luchtvochtigheid in het terrarium moet ongeveer tussen de 60% en de 70% liggen. Ongeveer een uur voordat de lampen uitgaan is de beste tijd om te sproeien. Hierdoor stijgt de luchtvochtigheid voor de nacht en komt deze tot ongeveer 80-85%. Het sproeien in de avond heeft ook als voordeel dat je planten het beter blijven doen.

terrarium

Inrichting opkweekterrarium © Remco Jacobs

Ook van belang is het om op de ventilatie in het terrarium te letten. Het is noodzaak om deze dieren in een dubbel geventileerd terrarium te houden. Let hierbij goed op dat de dieren niet met hun poten bij de ventilatie aan de onderzijde kunnen komen. Hierin kunnen ze vast komen te zitten met hun nagels en dit kan resulteren in nagel- of vingerverlies.

B. bulabula vrouw eet een sprinkhaan

B. bulabula vrouw eet een sprinkhaan

De voeding is vergelijkbaar met die van de groene leguaan. Wel dien je er rekening mee te houden dat in groentes die aangekocht zijn zich meestal nog restanten gif kunnen bevinden. Dit hoeft voor een groene leguaan niet zo’n probleem te zijn, maar aangezien de Fiji-leguaan een veel lager lichaamsgewicht heeft kan dit dan wel een risico vormen. Dus het beste is om te kiezen voor zoveel mogelijk onbespoten groenten of kruiden uit de tuin. Dit geldt ook voor het fruit en de bessen. Je kunt bijvoorbeeld ook nog bladeren voeren van de Epipremnum aureum, braamblad en beukenblad. Ook kun je ze 1 x per week nectar geven in poedervorm over de salade.

In tegenstelling tot groene leguanen zijn Fiji-leguanen behendige jagers en eten ze ook regelmatig insecten als deze mogelijkheid zich voordoet. Dus het is aan te bevelen om de voeding met 30% dierlijk materiaal aan te vullen. Als dierlijke voeding kun je ze krekels, sprinkhanen en dubia’s geven. De voedseldieren bepoeder je met Miner-all Indoor en bij dieren die eieren hebben één keer per week Nekton msa (vit D3). Belangrijk is dat er bij het geven van Miner-all en de msa 48 uur tussen moet zitten, zo voorkom je dat deze twee stoffen met elkaar in reactie gaan en daardoor niet opgenomen worden in het lichaam maar als afvalstof richting de nieren gaan. Dit kan uiteindelijk nier-schade veroorzaken.

Bulabula spotted man © Remco Jacobs

B. bulabula spotted man © Remco Jacobs

Over het algemeen zijn de mannen en de vrouwen goed uit elkaar te houden. Mannen hebben duidelijke lichter gekleurde banden over het lichaam en vrouwen zijn voornamelijk één kleur groen met lichter gekleurde vlekken rond de nekstreek. In sommige gevallen zijn er ook vrouwen die banden over het lichaam hebben, deze banden zijn minder fel als bij de mannen.

Het kan voorkomen dat er in een groep jonge dieren mannetjes tussen zitten die geen enkel patroon laten zien. Dit komt door dominantie onderling.

Bulabula spotted vrouw © Remco Jacobs

B. bulabula spotted vrouw © Remco Jacobs

Om zeker te weten of het een man betreft kan er gelet worden op de femorale poriën die zich bevinden aan de onderkant van de achterpoten. Deze zijn bij het mannetje beter ontwikkeld dan bij het vrouwtje. Bij mannen vanaf een jaar is duidelijk de hemipenis zichtbaar als een verdikking aan de staartwortel.

Als de mannen paardrift hebben of een andere mannelijke rivaal zien dan verkleurt het lichaam van de man zeer snel. De stukken huid die normaal gewoon groen zijn worden dan heel donker, tegen het zwarte aan. Ook kunnen ze heftig met hun kop gaan knikken.
Tijdens de paring manoeuvreert het mannetje het vrouwtje in de juiste positie waarbij hij het vrouwtje in haar nek bijt. Dit kan van dier tot dier verschillend zijn. Sommige mannen gaan nogal ruw met de vrouwen om.

Het kan zijn dat je in de paartijd het mannetje uit het terrarium moet halen omdat hij het vrouwtje niet met rust laat. Dit kan tot stress leiden bij de vrouw waardoor ze kan stoppen met eten, met zelfs de dood als gevolg. Houd daarom de dieren in de paartijd altijd goed in de gaten.

Van een paring komen gemiddeld 2 tot 3 bevruchte legsels. Een legsel bestaat dan gemiddeld uit 4 tot 6 eieren. Vaak zijn niet alle eieren gezond (gemiddeld 2 tot 4 gezonde eieren per legsel).
Een paar dagen voordat de vrouw eieren gaat leggen zie je haar op verschillende plekken de bak ‘temperaturen’ , zo vindt ze de ideale plek om de eieren te kunnen leggen. Soms legt ze de eieren in een tunnel die wel 30-40 cm lang kan zijn.
De gezonde eieren worden geïncubeerd met wisselende temperaturen van 27°C – 31°C waarbij de nachtafkoeling tussen de 8°C en 10°C is. De eieren komen tussen de 110 en 170 dagen uit. Dit is afhankelijk van de temperaturen. Als incubatiemedium kan er gebruik gemaakt worden van cocopeat, vermiculiet of een ander medium waar je goede ervaringen mee hebt.

De jongen worden geboren met de navelstreng nog aan de dooierzak. Hier kun je het beste niks aan doen, deze valt er vanzelf binnen 24 uur af. De jongen vertonen bij het uitkomen vrijwel meteen hun kenmerkende patroon.
Nadat ze geboren zijn kun je de jonge dieren ongeveer 3 weken bij elkaar laten zitten. Hierna is het aan te raden om ze op te splitsen in verschillende terraria, dit i.v.m. dominantie onderling.

De voeding van de jonge dieren ligt rond de 80% dierlijk en 20% plantaardig.
De eerste 7 tot 10 dagen eten de jonge dieren nauwelijks i.v.m. de voeding die ze nog uit de dooier hebben opgenomen.

Het zijn over het algemeen sterke dieren die niet zo gevoelig voor ziektes zijn.
Omdat deze dieren in een vochtig klimaat zitten zijn het bijna altijd dragers van parasieten, de meest voorkomende wormsoorten en flagellaten.
Dit hoeft geen enkel probleem te zijn bij gezonde dieren. Dit wordt pas een probleem als de dieren zich niet goed voelen door stress. Oorzaken als omgevingstrillingen (zoals muziek of drukke ruimtes) of andere dieren in het terrarium zijn de meest voorkomende stressfactoren.
Het is dus verstandig om goed te observeren of samengeplaatste dieren elkaar goed verdragen en er rekening mee te houden waar het terrarium geplaatst wordt.

Fiji-leguanen zijn een goed te houden soort mits ze zoveel mogelijk stress-vrij gehouden worden.
De meeste dieren zijn er echter niet van gediend om vastgepakt, geaaid of geknuffeld te worden.

Teksten en foto’s over de verzorging van Brachylophus bulabula © Remco Jacobs

Overige teksten: IUCN red-list

Vertalingen: Yoni van Uden