Algemene informatie over Groene Leguanen (Iguana Iguana)
Algemeen over informatie over Iguana Delicatissima
Algemene informatie over het natuurlijke biotoop
Weercondities San Jose, Costa Rica
Iguana farms
Communicatie
Huisvesting Iguana Iguana
Voortplanting
Wetgeving Iguana iguana en Iguana delicatissima
|
Taxanomie |
|
| Rijk | Anamalia |
| Stam | Chordata |
| Onderstam | Gewervelden |
| Klasse | Reptilia |
| Orde | squamata |
| Familie | Iguanidae |
| Genus | Iguana |
| Soort | iguana (Linnaeus, 1758) |
| Gemeenschappelijke naam |
Nederlands - Groene leguaan Engels - Green iguana Frans - Iguane vert Duits - Grüner Leguan Spaans - Iguana verde Sweeds - Grön leguan |
Algemene informatie over Groene Leguanen (Iguana Iguana)
Meestal komen we de gewone Groene Leguaan (Iguana iguana iguana) tegen. Deze wordt tot twee meter lang. De gemiddelde kop/romplengte is 53 cm voor de mannen en 40 cm voor de vrouwen. Groene Leguanen afkomstig uit de drogere gebieden blijven in de regel gemiddeld kleiner dan die afkomstig uit het regenwoud. Deze soort wordt dan wel groene leguaan genoemd, maar ze zijn lang niet altijd groen. Er zijn groene, grijsgroene, blauwgroene tot bruine variëteiten bekend, sommige met roze tot oranje kleuren op de poten en de zijkanten van de kop. Kenmerkend zijn de zwarte dwarsbanden (ringen) op de staart, die ook op het lichaam worden aangetroffen maar bij sommige variëteiten op het lichaam geheel ontbreken.
In vergelijking tot de Antilliaanse Groene Leguaan (Iguana delicatissima) heeft hij een vrij spitse kop en een driehoekige keelwam met uitstekende schubben. De rugkam kan per individu, afhankelijk van het geslacht, maar ook streekgebonden, sterk van hoogte verschillen. De laatste van de rij, van voor naar achter in grootte toenemende, sublabiale schubben, schuin achter het kaakgewricht is sterk vergroot en vrijwel rond. Bij volwassen mannen gaat deze, als gevolg van het zich daar sterk verdikken van de kop, naar buiten staan.
Iguana iguana rhinolopha (Wiegman 1834): De Gehoornde Groene leguaan. Deze komt noordelijker en in drogere gebieden voor dan de vorige soort. Hij komt voor in Sinalo en Veracruz en Mexico tot Zuidelijk Costa Rica. (Van Roon, Lacerta 34 (6-7): blz. 71).
|
Verder op de Antillen: St. Lucia en St. Kitts, waar deze ondersoort uit Centraal-Amerika werd ingevoerd en zich daar handhaaft. Uit andere onderzoeken zou gebleken zijn dat deze eigenschap zich te hooi en te gras voor zou doen in het hele verspreidingsgebied van de groene leguaan, waardoor het geen ondersoort zou zijn, maar slechts een variatie. |
De Antilliaanse Leguaan kan op grond van de volgende kenmerken van de Gewone Groene Leguaan worden onderscheiden.: Hij blijft kleiner dan de Gewone Groene Leguaan. Het is een effen, eenkleurig groen dier zonder de bekende dwarstekening van de Gewone Groene Leguaan. Hij heeft een bolle voorkop, een stompe snuit en een halfronde keelwam. Opzij, langs de onderkaak heeft hij een rij sublabiale schubben die in grootte toenemen tot het midden van de kaak en daarna weer in grootte afnemen. Qua vorm doet hij denken aan de Ringstaartleguanen (Cyclura). Wijffels, Lacerta 65/66: blz 44.)
terug naar menu
Algemene informatie over het natuurlijke biotoop
Het verspreidingsgebied strekt zich uit van Mexico, over Midden-Amerika tot Zuid-Amerika (tot Zuid-Brazilië en Paraguay). Verder komt hij voor op de Antillen: o.a. Bonaire, Curaçao, de Maagdeneilanden, St. Croix, St. John, St. Thomas, Water Island, Hassel Island, Tortola, Peter Island, Guana Island en Saba.
Gezien het enorme verspreidingsgebied van de Gewone Groene Leguaan (Iguana iguana), ligt het voor de hand dat hij zich aan verschillende biotopen heeft moeten en kunnen aanpassen. Vooral de klimaatomstandigheden op de eilanden en die in het tropisch regenwoud kunnen sterk verschillen. het is echter zonder uitzondering een dier van de tropen en hij heeft een voorkeur voor vochtige gebieden. Men vindt hem in kustgebieden, langs de oevers van beken en rivieren in het tropisch regenwoud, maar ook in het regenwoud zelf. men vindt hem als eenling en in groepen.
Weercondities San Jose, Costa Rica (bron: BBC Weather Centre)
|
Maand |
Gemiddelde minimum |
Gemiddelde maximum temperatuur |
Laagst gemeten |
Hoogst |
Relatieve |
Gemiddelde |
Gemiddelde |
|
Januari |
14 |
24 |
9 |
31 |
86 / 63 |
15 |
7 |
|
Februari |
14 |
24 |
11 |
31 |
82 / 57 |
5 |
8 |
|
Maart |
15 |
26 |
10 |
33 |
81 / 55 |
20 |
8 |
|
April |
17 |
26 |
12 |
32 |
80 / 60 |
46 |
7 |
|
Mei |
17 |
27 |
12 |
31 |
85 / 70 |
229 |
5 |
|
Juni |
17 |
26 |
14 |
33 |
91 / 74 |
241 |
4 |
|
Juli |
17 |
25 |
12 |
29 |
89 / 74 |
211 |
4 |
|
Augustus |
16 |
26 |
13 |
29 |
89 / 73 |
241 |
4 |
|
September |
16 |
26 |
13 |
30 |
91 / 76 |
305 |
5 |
|
Oktober |
16 |
25 |
13 |
29 |
92 / 78 |
300 |
4 |
|
November |
16 |
25 |
11 |
29 |
87 / 71 |
145 |
5 |
|
December |
14 |
24 |
9 |
31 |
85 / 67 |
41 |
6 |
|
Uit waarnemingen in de natuur blijkt dat de oudere dieren hoger in de bomen leven dan de jonge dieren. Groene leguanen zijn zonaanbidders en liggen bij voorkeur op over het water hangende takken of zitten hoog in de boomkruinen. Ze voeden zich met een grote variatie aan plantenkost (allerlei soorten blad, bloemen en fruit), insekten en ook aas. Daarnaast is het bekend dat zelfs de uitwerpselen van apen en andere zoogdieren en ook van de mens soms worden gegeten. terug naar menu |
Iguana farms
In Centraal Amerika gebruiken boeren, die beperkte middelen hebben, kleine wilde dieren als eiwitbron, omdat andere eiwitbronnen, zoals rundvlees, te duur zijn. Een traditioneel gebruikte eiwitbron in deze regio is de groene leguaan. Al meer dan 7000 jaar worden leguanen gebruikt als voedselbron. In hun natuurlijke leefomgeving, aan de randen van tropische bossen van Mexico to Paraguay, worden leguanen nog steeds geconsumeerd. De populatie van groene leguanen is sterk afgenomen de laatste decennia, als gevolg van het gecombineerde effect van aantasting van hun leefomgeving (voortgaande ontbossing), en het continue bejagen. Om deze negatieve ontwikkeling te vertragen, en zo mogelijk de populatie weer op peil te brenegen, zijn initiatieven ontwikkeld, om kleine boeren productiesystemen van leguanen te laten beheren. Een aantal van deze productiesystemen draait sinds enige tijd in Costa Rica en Nicaragua. Zij dragen bij aan het bereiken van een evenwichtige situatie, waarin verschillende doelstellingen gelijktijdig kunnen worden bereikt. Deze doelen zijn: een economisch levensvatbare situatie voor de kleine boeren, behoud van het regenwoud en productie van betaalbare dierlijke eiwitten.
De iguanafarms in Costa Rica, Panama en Nicaragua kennen een gemiddelde van 896 leguanen per farm waarvan 80% juvenielen zijn. Vier leguanenbedrijven springen er uit met een aantal van 2256 dieren die gefokt worden voor de verkoop, De gemiddelde leguanenfarm heeft in Nicaragua 46%, in Costa Rica 33% en in Panama 6% voor de verkoop. De overige dieren worden gebruikt voor voedsel, nakweek en educatiedoeleinden.
Geraadpleegde literatuur: C.H.A.M. Eilers (2002) Iguana Production: Hope or Scope, Doctoral thesis, Animal Production Systems Group, Wageningen Institute of Animal Sciences, Wageningen, the Netherlands
terug naar menu
Communicatie
Groene leguanen communiceren met elkaar door middel van een lichaamstaal, waarbij vooral kopknikken, het afplatten van het lichaam en krabbewegingen van belang zijn.
Er kunnen vijf soorten kopknikken worden onderscheiden die in vorm en functie verschillen, Dit zijn de ,,head jerk"", de ,,shudder"", de ,,roll""", de ,,roll hudder"", en de signature-bob''.
Head jurk
,,Head jerks'' zijn abrupte vertikale kopbewegingen, die geen sociaal signaal, maar veeleer een visuele hulp betekenen. Met behulp hiervan verschaffen leguanen zich, bijvoorbeeld tijdens het zonnen of bij het eierleggen (vooral vrouwtjes die uit hun nesttunnel komen), op onbeschutte, open terreinen, een beter overzicht om een gevaar eerder te onderkennen.
Shudder
De ,,shudder'' houdt een snel schokkerig, maar vlak knikken in met een maximaal uitgezette keelwam. Vaak tilt het dier daarbij de kop op en zwenkt daarbij van de ene naar de andere kant. De ,,shudder'' kan men waarnemen tussen nauw kontakt tussen mannetjes en vrouwtjes, meestal als de dieren minder dan 3 meter van elkaar verwijderd zijn. Het heeft echter niets met de balts te maken.
Roll
De ,,roll'' daarentegen is een deel van de balts- en territoriumgedrag en kan vooral tijdens de paartijd waargenomen worden. De leguaan tilt zijn kop dan op tot een hoek van 35 graden en voert dan met grote zwaaien draaiende bewegingen om de lengteas uit. Ook bij de ,,rol'' is de keelwam volledig uitgezet.
Roll-shudder
De ,,roll-shudder'' staat in vorm en funktie tussen de ,,shudder'' en ,,roll'' in. Onder ,,siganture-bob'' verstaat men een sterke vertikale kopbeweging, gevolgd door een verlengde hoge houding (plateau). Daarop volgt nog een serie kleinere knikbewegingen.
Signature-bob
De ,,signature-bob'' is steeds met een aktiviteit verbonden (bijv. agressie, balts, territoriumgedrag, wisseling van tak of andere beweging). Men vermoedt dat het verbondenheid van de soort voorstelt eventueel zelfs populatie en individuele identiteit.
Komen twee volwassen mannen elkaar tegen dan proberen ze elkaar te imponeren. Vertikaal afgeplat tonen ze elkaar de ,,platte kant'', waarbij de buikstrepen zichtbaar worden en knikken ze met uitgestoken keelwam (,,roll'' en ,,siganture-bob''). Duidelijk afwijsgedrag vormt het sluiten van de ogen en het ,,lucht-fietsen'' met de voorpoten.
Oog communicatie
Eén oog
Als de leguaan één oog sluit en dat betreft het oog wat je aankijkt, terwijl het andere oog gesloten is, dan sluit de leguaan je uit.
Bij een nieuwe leguaan kan dit een methode zijn om stress te verminderen: Als ik jou niet zie, kan jij mij niet lastig vallen. In het wild is dit de tactiek die deze dieren naar andere agressief reagerende leguanen uiten. Door middel van het uitsluiten geeft de leguaan aan dat het niet geïnteresseerd is om de agressie te beantwoorden.
Bij een gedomesticeerde leguaan welke in een nieuwe omgeving geplaatst is of wanneer er vreemden in zijn omgeving zijn, kan het dier het oog welke het dichtst bij je gelegen is dicht hebben en het andere oog open. Dit signaal geeft aan dat de Iguana zich bij je rustig en prettig voelt, en weet dat er vanuit jou geen dreiging te verwachten valt . Het andere kijkende oog houdt de omgeving in de gaten voor het onbekende.
Beide ogen
Aanvankelijk, als er in de eerste stadia van het tam maken van een leguaan de beide ogen gesloten worden dan is dit een methode waarbij de leguaan je volledig uitsluit. Uit het zicht, uit de gedachte, voor zolang het duurt. Maar de ogen gesloten in samenhang waarbij het dier het hoofd of lichaam gestreeld wordt als een massage, dan geeft dit ontspanning en genot weer. Als de leguaan tijdens de massage tegen je aan gaat leunen, of zijn hoofd optilt om in aanraking met je hand te komen dan geniet de leguaan volkomen en voelt zich zeer op zijn gemak.
Geraadpleegde literatuur: Predation and the Defensive Behavior of Green Iguanas (Reptilia, Lacertilia, Iguanidae)
Harry W. Greene, Gordon M. Burghardt, Beverly A. Dugan, A. Stanley Rand
Journal of Herpetology, Vol. 12, No. 2 (Apr. 24, 1978), pp. 169-176
terug naar menu
Huisvesting Iguana Iguana
| Grote hagedissen hebben veel ruimte nodig, ook al zijn Groene Leguanen geen renners. Een verblijf van 2x1x2 meter (lengte x breedte x hoogte) is al snel nodig voor maximaal 2 volwassen dieren. (Vanaf een leeftijd van ca. 2 jaar.) Kleine dieren geven de voorkeur aan een niet te groot verblijf. Maar let op: ze groeien razend snel. Boombewoners vragen veel klimgelegenheid en vooral ook veel horizontale zit/zon plaatsen; de dieren moeten uit verschillende plekken kunnen kiezen. De gedetailleerde inrichting van een bak is van weinig belang: in de natuur komen ze in zeer uiteenlopende biotopen voor: van uitgesproken tropisch regenwoud tot kale, solitaire bomen in savanneachtige omgeving. Een hoge luchtvochtigheid is dus niet per sé noodzakelijk, maar is wel goed voor de vervelling. Echter dien je er rekening mee te houden met de inrichting dat in geval van een koppel de inrichting zo is geplaatst dat zij elkaar uit de weg kunnen gaan en dus niet zien. Dit kan onderling agressief gedrag en dus stress vermijden. De gewoonte om boven water te mesten kan benut worden door een waterbak te plaatsen, maar dat is niet absoluut noodzakelijk. De bodembedekking moet |
|
| of glad zijn (steen of linoleum), dat is makkelijk schoon te maken, of los (turf, houtkrullen desnoods krantenpapier). Gebruik nooit grofkorrelige harde materialen (grof zand, kiezel of gebakken kleikorrels). De dieren eten ervan en zullen vroeg of laat aan een verstopping overlijden. Tropische, koudbloedige dieren hebben warmte nodig, maar de algemene omgevingstemperatuur hoeft niet overdreven te worden (ca. 25°C to 30°C is goed). Belangrijker is de aanwezigheid van een aantal punten met stralingswarmte. Die punten moeten gecombineerd worden met zichtbaar licht anders gaan de dieren niet zonnebaden. Dus spotjes zijn voor dat doel beter dan porseleinen warmtestralers. Het mag daar best meer dan 40°C worden. Per leguaan heb je 1 baskingspot nodig. Plantenetende koudbloedigen moeten een flink deel van de dag (duurt lang bij grote dieren) de gelegenheid krijgen zich plaatselijk sterk op te warmen anders gaat de spijsvertering fout (planten zijn moeilijk verteerbaar). Ook hier moeten ze weer een keus hebben tussen plaatsen met verschillende temperaturen (ze moeten hun lichaamstemperatuur kunnen regelen). Ultraviolet licht is Noodzakelijk om de dieren de nodige vitamine D toe te dienen. De Osram Ultravitalux levert bij 30 minuten bestraling per 24 uur voldoende UV. Gebruik geen lampen met kortgolvig UV-licht zoals bijvoorbeeld gebruikt wordt om bacteriën te doden. De dag en nacht cyclus bedraagt 12 uur. Dit is het beste te regelen door het gebruik van schakelklokken. Voor de nacht mag de temperatuur tussen de 20°C en 23°C liggen. Het gebruik van een keramische lamp is dan een goed verwarmings mogelijkheid. terug naar menu
De paring verloop volgens een vast patroon. Het mannetje benadert het wijfje van achteren. Tijdens of kort na de benadering maakt hij een Shudder (kopknikpatroon.) Het vrouwtje buigt het voorste twee derde deel van haar staart opzij. Nu stopt het mannetje en maakt een "signature bob"(kopknikpatroon.) Deze volgorde wordt meerdere malen herhaald. Tot slot kruipt hij van achteren op het wijfje en plaatst een paringsbeet in de nek. Het mannetje brengt zijn staart onder die van het vrouwtje en legt een achterpoot op haar staartbasis. Na het uitstulpen van de hemipenis wordt één hemipenis ingebracht. Dit kan en 2 tot 12 minuten duren. Dan gaan de dieren uit elkaar. Het duurt vervolgens nog ongeveer een uur voordat het mannetje zijn hemipenis weer geheel heeft ingetrokken. Een leguanenvrouwtje paart in een paarseizoen 1 tot 5 keer met dezelfde man. Leguanen zijn geslachtsrijp in 2 a 2.5 jaar, maar in gevangenschap komt ook 1.5 jaar voor. De tijd tussen bevruchten en de eileg bedraagt ongeveer tussen de 40 en 70 dagen. Zwangere vrouwtjes zijn te herkennen aan het opzwellen van de buik en verandering van gedrag. Gemiddeld legt een vrouwtje 40 eieren.In de eerste periode neemt de inname van voedsel flink toe. Dit dien je dan ook te voorzien van voldoende calcium en vitaminen. Deze periode vormt anders een aanslag op het gestel en dus gezondheid van je leguaan. Als de voedselinname terug loopt dien je ten alle tijden voldoende water aan te bieden. Los hier ook calcium in op. Een maand voor de eileg plaats je de legkist in het terrarium. Deze dient aan een vaste maatvoering te voldoen. Het vrouwtje moet namelijk het idee hebben in een leguanen kraamkamer te bevinden. Een beproefde legkist heeft de maten van 40 X 40 cm. Tussen de zandlaag in de kist en het dak mag een ruimte zitten van 12 tot 15 cm. Dit zodat het vrouwtje contact heeft met het dak als zij haar hoofd optilt. De temperatuur in de legbox mag tussen de 28 en 32 graden Celsius bedragen. Het zand (bijv. metselzand) dient vochtig te zijn zodat het vrouwtje dit goed in model kan brengen. De ingang van de legkist moet het effect van een tunnel hebben. 50 cm lengte is voldoende en de buis mag een doorsnede hebben van 15 a 20 cm.. De totale eileg dient in 2 a 4 uur te geschieden. Langer dan dit geeft aan dat de omstandigheden niet ideaal waren en bij geconstateerde legnood slecht. Legnood uit zich doordat het vrouwtje weer actief gaat worden en uiteindelijk weer gaat eten. Een in reptielen gespecialiseerde dierenarts is dan noodzakelijk voor wee opwekking dan wel operatief ingrijpen. Legnood heeft niet zelden een dodelijke afloop omdat men te laat actie onderneemt. Bevruchte eieren zijn voorzien van een zogenaamde kiemschijf. Dit is een donkere cirkel zichtbaar op de schaal De 11 x 13 tot 18 x 22 mm grote kiemschijf dient altijd naar boven gericht te zijn. Onbevruchte eieren hebben dit niet. Bevruchte eieren wegen ongeveer 14 a 17 gram en zijn 37 a 40 mm, lang. Onbevruchte eieren zijn ongeveer 24 a 26 mm en wegen gemiddeld maar 8 tot 10 gram. Bevruchte eieren kunnen in een broedstoof. De eieren mogen niet gedraaid worden. Als substraat wordt onder andere vermiculiet en perlite gebruikt. Maar ook een mix van turf en zand (3:1) werkt goed. De eieren moeten in een omgeving geplaatst worden van 70% RV en een temperatuur tussen de 28 en 32graden Celsius. Tussen de 28 en 30 graden levert voornamelijk vrouwtjes, en van 30 tot en met 32 graden Celsius voornamelijk mannetjes. Tussen de 64 en 84 dagen zullen de bevruchte eieren uitkomen. Dit is temperatuur afhankelijk. De eieren in de broedstoof dienen regelmatig bekeken te worden op schimmels, stinkende dan wel dode eieren. Deze dienen zo snel mogelijk verwijdert te worden om infectie van gezonde eieren tegen te gaan. Jongen leguanen komen uit het ei door middel van een snede te maken in de schaal met hun ei-tand. Hiermee forceren zij zich een weg door de schaal. Vervolgens blijven ze enkele uren tot 24 uur in de schaal met alleen hun snuit of hoofd uit de schaal. Dit is de periode dat de leguaan eigeel tot zich neemt en start met ademhalen via de longen. Als de leguaan uit de schaal is dan is het bang, snel en gestrest. Bij zich draagt de leguaan een kleine eizak. Jonge pas geboren leguanen plaats je vervolgens voorzichtig in een klein terrarium, op een temperatuur rond de 30 graden. Het restant eigeel zal de leguaan dan binnen 24 uur tot zich nemen. Hierna zal de eigeelzak loslaten in de vorm van een verschrompeld stukje weefsel. De leguaan zal vervolgens vrij snel gaan vervellen. Om uitdroging tegen te gaan is het zaak de eerste week de luchtvochtigheid rond de 90% RV te houden De jonge leguanen zullen nog niet eten omdat zij voldoende van voedsel voorzien zijn middels het eigeel.. Tussen de 6 en 9 dagen na geboorte zullen de jongen vast voedsel gaan eten. Dat kun je het beste aanbieden in de vorm van heel fijn gesneden voeding met een hoog proteïne gehalte van 28%. Jonge groene leguanen hebben, zoals alle jonge reptielen, goede voedingsstoffen nodig om zich tot gezonde volwassen dieren te kunnen ontwikkelen. Bij deze leguanen gaat het om dieren die planten eten en daarvan veel verschillende soorten nodig hebben, om optimaal alle bouwstoffen binnen te krijgen. In diverse literatuur wordt gemeld dat insecten en kattenvoer prima zouden zijn. Hier zijn voor en tegenstanders van te vinden. Uit ervaring is gebleken dat dierlijke eiwitten een snelle groei bevorderen, maar dat er ook diverse nadelen zijn op te merken. Indien de keuze gemaakt wordt om kattenvoer aan te bieden is dit alleen aan te raden op supplementbasis. Verhouding 8 geweekte brokjes kattenvoer per kilogram leguaan. Leguanen kauwen het voedsel niet. Zij maken het kleiner door er stukken af te bijten of te scheuren. Ze hebben scherpe tanden die aan de binnenzijde van het kaakbeen zijn geplaatst (Pleurodont). Uit de enquête die in '91 gehouden is onder de doelgroepleden blijkt dat er heel wat groenten en andere planten gevoerd kunnen worden: Alfa alfa, Andijvie, Bloemkool, Bloemkoolbladeren, Boerenkool, Bonen (sperzie), Courgette, Japanse snijsla, Komkommer, Klaver, Kool, witte, rode, savooi, Melkdistel, Muur, Paardebloemblad, Pak soy, Pepermuntblad, Prei, Raapstelen, Sla(rode sla, eikenbladsla, lollo rosso, veldsla), Spinazie, Spitskool, Spruiten (gekookt), Spruitkoolbladeren, Taugé, Ui, Veldsla, Weegbree, Winterpostelein en Wortel (gekookt/geraspt). Koolsoorten verdient de voorkeur boven sla en andijvie omdat ze meer kalkstoffen bevatten. Alle rijpe, zoete vruchten komen als voedsel in aanmerking. Binnen de doelgroep wordt er van alles gevoerd: Aardbeien, Ananas, Appel, Avocado, Banaan, Druiven, Kersen, Kiwi, Mandarijnen, Mango, Meloen, Paprika, Peer, Perziken, Pompoen, Rozijnen, Sinaasappel en Tomaat. Afwisseling is altijd goed. Het is aan te bevelen om zo nu en dan eens iets nieuws uit te proberen. Groene leguanen hebben vaak sterk individuele voorkeuren en kunnen soms onverwacht bepaalde voedselsoorten wel of niet accepteren. Het is niet raadzaam om de leguanen met restanten van dagelijkse warme maaltijden te voeden, omdat dan de kans op "vervetten" groot is. Het simpele feit dat de leguanen bepaalde voedselsoorten graag eten wil niet zeggen dat dit voedsel ook goed voor ze is. Jonge Groene leguanen eten vaak ook levende insecten zoals meelwormen, buffalowormen, krekels, treksprinkhanen, wasmotlarven en regenwormen, en ook ander voedsel zoals een hard gekookt ei. Echter in het wild komt het maar incidenteel voor dat een leguaan een insect als voedsel tot zich neemt. Het is aan te bevelen het voedsel met melkzure kalk (calciumlactaat) en vitaminen te bepoederen. Een vuistregel voor het doseren van calcium: 0,5 gram kalk per kg lichaamsgewicht per dag. Om er zeker van te zijn dat dit ook werkelijk wordt opgegeten kan het het beste door het favoriete kostje van de leguanen worden gemengd. Het doseren van kalk en vitaminen dient altijd zorgvuldig te geschieden; een overmaat aan kalk bevordert rachitis en teveel vitaminen kunnen leveraandoeningen veroorzaken. Wat is er ter afwisseling zoal nog meer mogelijk: Anjers, Bami, Brekkies, Brinta (jongen), Bloemen van courgette en pompoen, Geckopap, Griesmeelpudding, Kaas, Klaverbloem, Koolzaadbloemen, Rijst, Rijstepap, Rozen, Soja, Spaghetti, Tulpen, Viooltjes. De voedselsoorten zoals bami e.d. en dierlijke voedsel kan wel eens handig zijn als een dier om één of andere reden niet wil eten. Soms nemen ze dan één van deze zaken wel tot zich, wat natuurlijk altijd beter is als niets. Als ze eenmaal weer gewoon eten, kun je er beter meteen mee stoppen. In Nederland kunnen de Algemene Inspectiedienst, de politie en de douane (bij in- en uitvoer) controleren of dieren in gevangenschap zijn geboren of uit het wild zijn gehaald. Ook controleren ze of er voor de invoer een CITES-vergunning is verleend. Mensen die zulke dieren houden of verkopen, moeten kunnen vertellen hoe zij aan die dieren gekomen zijn en dat zij, als de wet dit verplicht, de juiste papieren hebben (een vergunning of een ontheffing). Als blijkt dat dieren worden gehouden of verkocht terwijl het niet klopt met de wet, dus illegaal is, kunnen de dieren in beslag worden genomen. Ze gaan dan naar bijvoorbeeld een dierentuin of een speciaal opvangcentrum. De rechter kan straf opleggen voor het overtreden van de wet: een boete of gevangenisstraf of allebei. |
|






